Technieken

Voor het maken van siervoorwerpen moeten metalen bepaalde eigenschappen bezitten. Metalen moeten sterk en enigszins buigzaam zijn, niet te snel oxideren, een vrij hoog smeltpunt hebben zodat ze gesoldeerd of gelast kunnen worden en een mooi uiterlijk behouden. Ook moeten ze door onderstaande bewerkingen te verfraaien zijn.

Legeren (mengen) van metalen

Het mengen van (gesmolten) metalen kan onverwachte kleureffekten geven. Het werkt een beetje anders dan het mengen van verf, zo levert een combinatie van het dieproze koper en het blauwgrijze zink een goudgele legering op en als in plaats van zink het grijze antimoon wordt bijgemengd ontstaat een soort brons met een violette tint.

Ik heb zelf heel veel verschillende legeringen gemaakt met koper, zink, aluminium, magnesium titanium enz. Het gaat meestal om subtiele tinten. Ruw gemaakte oppervlakken tonen diepere kleuren dan hoogglans gepolijste oppervlakken. Door verschillende legeringen of pure metalen aan elkaar te monteren of solderen ontstaan leuke kleurcombinaties.

Oxideren, beitsen van metalen

Door het oxideren of beitsen van metalen ontstaan dieper kleuren aan het oppervlak maar deze zijn niet krasvast. Koper wordt door oxidatie langzaam donkerder van kleur. Door koper te verhitten of onder te dompelen in chemicaliŽn gaat het sneller. Zo ontstaan er donkerrode, en donkerbruine kleuren. Brons kan met zwavel donkergrijs worden gebeitst en titanium kan door oxidatie alle kleuren van de regenboog aannemen, zelfs blauw.

Anodiseren van metalen

Er zijn metalen die door middel van een elektrochemische techniek van een extra dikke oxidehuid kunnen worden voorzien. Aluminium is hiervoor heel geschikt. Dit metaal wordt in en zuurbad onder stroom gezet. Na een tijdje is er een onzichtbare en poreuze oxidelaag ontstaan die daarna met kleurstoffen kan wordt doordrenkt. De zo ontstane kleur is ook niet geheel krasvast maar hard genoeg om tegen een stootje te kunnen.

Titanium is ook anodiseerbaar maar daarbij wordt geen kleurstof gebruikt. Het oxide dat zich vormt is ook kleurloos maar heeft een hoge lichtbreking die (afhankelijk van de laagdikte) voor allerlei pauwenveerkleuren zorgt.